Column: 360° rommel opruimen

(Column verschenen in Psychologies Magazine – maart 2016)

Op een rommelmarkt moet je afdingen. Wie dat niet doet, is een naïeve kip. Twintig euro voor een zesdehandse wereldbol? Tarara. ‘Wat doe je er nog af?’ probeerde ik. ‘Het stof’, antwoordde de vrouw, en ze gooide een handvol tanden in mijn mond. Gelukkig had ik gezien dat er bovenaan de bol een stukje Beringzee ontbrak. Zo kon ik de enige afpingelzin die ik in portefeuille had nog een keer inzetten. Vijftien euro? Verkocht! Even later liepen de kleuter en ik fier als een gieter door de rommelstraten met onze nieuwe oude wereldbol. De vrouw had ’m in een veel te nauwe plastieken zak gestoken waardoor ik maar één handvat kon vasthouden. De rest van de zak hing er een beetje nonchalant open en bloot bij, alsof ik de wereld wilde tonen wat ik zonet op de kop had getikt.

Thuis kreeg de aarde een ereplaats in de living, naast de fruitschaal. Toen het donker werd, deed ik het lampje aan. ‘Dat werkt nog, écht’, had de vrouw gezegd, en ondanks de klemtoon was daar geen woord van gelogen. Hier en daar ontsnapte er licht langs kieren in het evenaarsgebied, daar waar het noordelijk en het zuidelijk halfrond tegen elkaar waren geperst, maar dat stoorde niet. ‘There is a crack in everything’ zong Leonard Cohen, en hij redde daarmee de reputatie van alle occasies. De kleuter en ik konden ernaar blijven kijken. ‘Wat staat hier?’ ‘Joegoslavië, maar dat bestaat niet meer.’ ‘En hier?’ ‘Sowjetunie, maar dat is ook iets van vroeger, en eigenlijk schrijf je dat anders.’ ‘En waar wonen de ijsberen?’ ‘Op de Noord… nee Zuid… nee Noordpool. Denk ik.’ We draaiden de aarde om haar as en doken in zeeën en oceanen, blauw als in de boekjes. Ook in speelgoedland verlegden we grenzen, want Playmobilventjes woonden plots in Afrika en vlogen elke dag naar de school in België, samen met hun huisdier Wolf, de leeuw. Eén veeg met de vinger en de ventjes konden turnen tussen de koala’s. Zo Mobil waren ze nog nooit geweest! Eindeloos toertjes draaien in gelig licht met een uitgelaten kind in een virtueel vliegtuig, het leek de kermis wel.

Intussen is het nieuwe eraf en staat de bol al een tijd stil. We lopen er vaker voorbij zonder om te kijken, of we staren een beetje naar de oceanen zonder er een vinger naar uit te steken. De Beringzee blijft een zwart gat, Zaïre vanboven gebarsten. Syrië is volstrekt onbekend gebied en zelfs de globetrotters van Playmobil hebben hun school en turnlessen intussen verplaatst naar het tapijt, omdat het daar warmer en zachter is. Onze aardbol staat er alleen voor. En we waren er zo blij mee. Misschien is het bij die vrouw van de rommelmarkt ook zo gegaan. Raakte ze na een tijdje draaien en duizelen uitgekeken op de wereld en heeft ze die daarom te koop gezet. ‘Twintig euro, vijftien voor een naïeve kip die het vriendelijk vraagt. Veel meer is die bol toch niet waard.’ Dat moet ze gedacht hebben. Maar de kleuter en ik liepen langs haar kraam en keken met andere ogen. Wij zagen wat er onder het eerste zicht verborgen zat, waren blij met wat er overbleef in die verstikkende plastieken zak.

Ik heb nog een uur voor het kind van school komt. De Playmobilventjes staan klaar, ik moet alleen nog de bol pakken en het stof afnemen. Dat is allemaal zo moeilijk niet. Een vinger uitsteken, de boel doen draaien en 360 graden de rommel opruimen. De wereld is het waard.

Met de volgende tags: