Taal of toeval?

In 1992 schrijft A. F. Th. van der Heijden een literair in memoriam voor een verongelukte neef. Hij draagt het boek op aan zijn vierjarige zoon, Tonio.

In 2010 werkt van der Heijden aan een roman over een liquidatie waarin een Suzuki Swift een rol speelt.

Op 23 mei 2010 komt de 21-jarige Tonio om het leven bij een verkeersongeluk. Hij werd van zijn fiets gereden door een Suzuki Swift.

De zin ‘Dood is waar de taal faalt’ vloeit ineens uit de pen van schrijver Roderik Six. Er zijn geen alinea’s of dialogen waarin de woorden passen, er is enkel bevreemding.

Op 20 oktober 2013 overlijdt boezemvriend Thomas Blondeau heel onverwacht. Six blijft woordeloos achter.

‘Dood is waar de taal faalt’ wordt bewaarheid.

In maart 2015 ga ik na een tip op zoek naar de boeken van Alessandro Baricco. Ik kies voor Mr Gwyn, een roman waarin het schrijven van menselijke portretten centraal staat.

In april 2015 lees ik dat literair tijdschrift DW B op zoek is naar het mooiste literaire zelfportret in 160 tekens.

Ik voel mijn bloed stromen en schrijf mee, met goed gevolg.

Taal maakt bang. Taal kruipt waar ze niet gaan kan, sluipt aders en hartkamers binnen en zaait twijfel, dood en vernieling.

Taal doet leven. Taal linkt en creëert, maakt waar en transformeert, duwt in je rug tot je de richting uitgaat die ze speciaal voor jou viseert.

Taal is alles. Anders is er niets. Hou ze in de gaten voor je (je) verliest.