Column: Een verschil van 3 euro

(Column voor Psychologies magazine – mei 2015)

Toen ik hem die zaterdagmiddag zag, wilde ik meteen weer wegkijken. Zijn koffiebeker van Starbucks, zijn verwaaide haren, die verlegen ogen… Ik was er niet klaar voor, mijn lijf en mijn hoofd waren er totaal niet op voorbereid, en eigenlijk weet ik allang dat ze dat nooit zullen zijn. Ik dwong mijn blik naar de overkant van de straat. Geen slimme zet, want daar zag ik het spiegelbeeld van mijn onwennigheid in de ruit van een hipstertent. Het probeerde nog dekking te zoeken tussen de baggy broeken van de etalagepoppen, maar dat bleek een hopeloze zaak, want het schuldgevoel droop er van alle kanten af en de gêne etaleerde zich in mijn overdreven stuntelige stap. Wat je projecteert wordt dubbel zo zichtbaar, zo blijkt, ook al ben je zelf de enige die kijkt.

“Zet het even van je af”, suste mijn opmerkzame gezelschap. Dat vond ik nogal gemakkelijk gezegd. Dat gevoel van mij laat zich niet zomaar afzetten, die mix van schuld, schaamte en machteloosheid bijt zich vast in mijn binnenste, van kop tot kont en knieën, en blijft daar even hardnekkig zitten als een kind op een kermismolen. “Ik ben er niet goed van”, vezelde ik. “Ik ook niet”, mompelde hij, en we stuntelden in stilte verder, hand in hand, terwijl we wisten dat we geen aanspraak maakten op de steun die we bij elkaar vonden.

Later die dag liepen we hem opnieuw tegen het lijf. Ik had hem al van ver zien aankomen, hoewel hij helemaal niet opviel. Hij had zich het ritme van de gemiddelde lustige shopper eigen gemaakt, en met zijn koffiebeker in de hand blende hij perfect in het winkelstraatbeeld. Hij zocht geen blikken maar leek in gedachten verzonken, ver weg en toch dichtbij, in een groene parka die perfect paste bij het seizoen. Een man als een ander, maar niet voor mij, want ik wist meer. En ook deze korte passage deed mij zeer. “De volgende keer stoppen we”, spraken we af. “We zijn volwassen mensen, dit is werkelijk belachelijk.” Confrontatie was de enige optie. Omdat het onze godverdomse plicht was. Omdat problemen niet weggaan door naar inhoudsloze winkels te kijken. Omdat stuntelig stappen er niet alleen belachelijk uitziet maar er ook op wijst dat er iets moet worden rechtgetrokken.

Onze beslissing was nog niet koud of we zagen hem al zitten, op dezelfde plaats als de eerste keer die dag. Ik stapte op hem af en zag hoe hij schrok. Hij rilde over zijn hele lichaam. Misschien wist hij zich geen houding te geven, maar het was ook mogelijk dat hij beefde omdat hij in kleermakerszit op het koude voetpad zat. Hoe dichter ik kwam, hoe meer hij zijn blik naar beneden richtte. Hij moest ongeveer mijn leeftijd zijn. Zijn schoenen gingen al wat straten mee en zijn haar was ongekamd, maar verder beantwoordde hij aan geen enkele van de gangbare clichés. Hij kon de broer van mijn beste vriendin zijn, de turnleraar van de kleuterklas, de boekhouder die mijn tweede kwartaal nog moest krijgen. Ik vroeg me af of ik wél of juist niet in zijn ogen moest kijken, dus ik liet mijn blik in het midden en gooide drie euro in de koffiebeker die voor hem op straat stond. Daarna stapte ik terug naar mijn gezelschap. We keken elkaar kort aan en stuntelden in stilte verder, hand in hand, terwijl we wisten dat de steun die we in zijn schoot hadden geworpen, morgen geen verschil meer zou maken.

column mei 02

 

Met de volgende tags: