Boem Paukeslag!

Skopje, skopje, mie skop – Boem Paukeslag! – skopje, skopje, mie skop epo.

Skopje, skopje, mie skop – Boem Paukeslag! – skopje, skopje, mie skop epo.

Mijn lach vanbinnen maakt dat ik me vanboven bijna verslik in mijn witte wijn. Ik wiebel op mijn stoel. Het harde hout onder mijn kont en het galmen van de muziek houden mijn lijf hier, maar met mijn hoofd zit ik helemaal in 1977.

Mijn moeder, mijn broer en mijn driejarige ik staan voor de radio-cassetterecorder in de living, te wachten tot Rafaella Carrà de eerste strofen van haar lijflied heeft afgewerkt. We wiebelen nerveus met alles wat los en vast hangt en wisselen samenzweerderige blikken uit, want we weten alle drie wat er komt: zo meteen zingen we het refrein mee, iets over een West-Vlaams schopje, en bij de Boem Paukeslag! gaan we door de knieën. Helemaal naar beneden, tot op onze hurken, om daarna weer snel recht te springen, want in geen tijd is dat schopje daar weer. Zo zullen we minutenlang doorgaan, up en down op de maat van de muziek, tot onze knieën kreunen onder onze slappe lach. Het is een krachtmeting met de kuren van het leven, een wedstrijd die niemand winnen kan.

Ik neem overdreven veel wijn in de mond, spoel het teveel aan nostalgie weg en voel nog net hoe mijn driejarige hurkend rond mijn hart danst. Ik wiebel op mijn stoel en voel het schopje onder mijn kont.