Little village people

Waaraan denkt u als ik ‘YMCA’ zeg? Wedden dat er op dit eigenste moment blote cowboybasten en besnorde lederfetisjisten op uw netvlies huppelen, en dat u wellicht heel even de controle over uw armspieren verliest?

Ik daarentegen denk automatisch terug aan die vooravond in 1979 toen mijn moeder thuiskwam van de Nopri. Of was het de Sarma? Soit. Ze zette haar boodschappentas op tafel en viste er een cadeau uit. Voor mij. Zomaar. Of misschien was ik weer geweldig voorbeeldig geweest, dat wil ik ook nog wel geloven. In elk geval moest ik mijn handen netjes voor mijn ogen houden en wachten op het verlossende signaal. Dan zou alles duidelijk worden. Maar zelfs al had ik niet zitten loeren tussen mijn wijd opengesperde vingertjes, dan nog had ik geweten wat mijn moeder van plan was, want de arm van de platenspeler vloog plots omhoog als een ressort zonder reserves.

Toen de naald uiteindelijk het vinyl raakte en de eerste noten van ‘YMCA’ door de living schalden, viel mijn maskertje af en mijn mond open. Ik begon te huilen, even onverwacht als oncontroleerbaar. Ik zag de lach om mijn moeders lippen, duwde mijn gezicht diep in de zetel en weende dikke tranen van geluk. Uit liefde voor haar en die fantastisch foute muziek. ‘Young man, there’s no need to feel down, I said, young man, pick yourself off the ground’… Ik zing het nog steeds. Vooral wanneer aanstellerige kids zich op de grond gooien omdat ze geen cadeautje krijgen. Verwende nesten.

 

 

Met de volgende tags: